Onderwerpen:
Onderwerpen:
Selectie en uitleg uit de lezingen voor Tazria-Metsora
Tora Leviticus 12:5-8 uit 12:1-15:33
En als ze een dochter heeft gekregen, is ze twee weken onrein. Tijdens die twee weken gelden dezelfde regels als wanneer ze ongesteld is. De 66 dagen daarna is ze onrein en herstelt ze van de geboorte van het meisje. Wanneer die tijd voorbij is, moet ze voor haar zoon of dochter een schaap van één jaar offeren als brandoffer; en een duif als vergevingsoffer. Ze moet die naar de ingang van de tent van ontmoeting brengen en aan de priester geven. Die moet de dieren bij de Eeuwige offeren. Dan zal ze weer rein zijn van het bloed dat ze verloren heeft bij de geboorte van het kind. Dit zijn de regels voor vrouwen die een kind gekregen hebben. Maar als een vrouw niet rijk genoeg is om een schaap of geit te offeren, dan moet ze twee duiven offeren. De ene duif is dan voor het brandoffer en de andere voor het vergevingsoffer. De priester moet het offer brengen, en ze zal weer rein zijn.
Haftara: Jesaja 66:1-4 uit 1-24
Dit zegt de Eeuwige: “De hemel is Mijn troon en de aarde is Mijn voetenbankje. Hoe zou iemand dan voor Mij een huis kunnen bouwen, een huis waar Ik in kan wonen? Ik heb immers alles gemaakt! Door Mij is alles ontstaan, zegt de Eeuwige. Dit zijn de mensen naar wie Ik luister: arme mensen, mensen die de moed verloren hebben, mensen die geen hoop meer hebben en mensen die ontzag hebben voor Mijn woord. Ik luister niet naar mensen die niet alleen stieren voor Mij slachten, maar die ook mensen slachten! Die schapen aan Mij offeren, maar ook honden! Die meel offeren, maar ook varkensbloed! Die wierookoffers brengen in de hoop dat Ik aan hen zal denken, maar ook offeren aan afgoden! Ze doen liever wat ze zelf willen in plaats van dat ze leven zoals Ik het wil. Ze houden van hun walgelijke godenbeelden. Daarom zal Ik hun geven wat ze verdienen. Dat waar ze bang voor zijn, zal hun ook overkomen. Dat doe Ik omdat ze geen van allen antwoordden toen Ik hen riep. Omdat niemand van hen naar Mij wilde luisteren toen Ik tegen hen sprak. Ze deden wat ze wilden, allerlei dingen die Ik verschrikkelijk vind.
Beriet Chadasja: Lukas 2:21-26
Toen het kind acht dagen oud was, werd het besneden (Brit Mila) en kreeg het de naam Yeshua. Dat was de naam die de engel (Gavriël) had genoemd nog voordat Miriam in verwachting raakte. Miriam en Jozef deden alles wat volgens de Tora van Mosjee moet gebeuren, wanneer er een kind is geboren. Daarna namen ze Hem mee naar Jeruzalem om Hem naar de Eeuwige te brengen (Pidion HaBen). Want in de Tora staat: Elke eerste zoon en elk eerstgeboren dier is voor de Eeuwige. Ook gingen ze, zoals dat in de Tora staat, het offer brengen, een paar tortelduiven of twee jonge duiven. Er woonde in Jeruzalem een man die Sjimeon heette. Hij was een gelovig man die leefde zoals de Eeuwige het wil. Hij keek uit naar de dag dat G’d zijn volk Israël zou redden en troosten. De Geest van Eeuwige was op hem. En de Geest van Eeuwige had tegen hem gezegd dat hij vóór zijn dood de Messias zou zien.
Lion Erwteman over Tazria-Metsora
Rosh Chodesj – Numeri 28:1-15; Jesaja 66:1-24
!ב-22 באפריל ,5 אייר, מדינת ישראל תמלא 78 שנים
Op 22 april/5 Ijar is de Staat Israël 78 jaar oud!
Leviticus 12 gaat over toema – onreinheid – in dit geval de rituele onreinheid van een vrouw na de geboorte van een zoon of een dochter. Zij kan weer tahor – rein – worden met behulp van een offer en de inzet van de priester.
In de hoofdstukken 13 en 14 gaat het ook over toema/onreinheid, maar dan in de vorm van tsara’at – melaatsheid (niet te verwarren met lepra) – van mensen en dingen; en ook over de manieren om melaatse mensen of dingen weer tahor/rein te verklaren – als het om mensen of een huis gaat met behulp van een offer en de inzet van een priester. Het offer dat gebracht moet worden, bestaat uit cederhout, hysop, scharlaken rode wol en twee levende, reine vogels. Volgens 1 Koningen 5:13 Hebreeuws (4:33 Nederlands) is cederhout de eerstgenoemde boom en hysop de laatste.
In Numeri 24:6 wordt Israël door Bileam vergeleken met cederhout. Scharlaken is de rode kleurstof E120 (Jesjajahoe 1:18), die onder meer gebruikt werd bij het maken van delen van het woestijnheiligdom. Het is ook een synoniem voor Israël (Jesjajahoe 41:14, het woord ‘wormpje’) en een heenwijzing naar het bloedige offer van de Messias (Psalm 22:7, in sommige Bijbels vers 6, het woordje ‘worm’). En bij het verbranden van de rode koe (Bamidbar 19) wordt ook cederhout, hysop en scharlaken wol toegevoegd.
In Wajikra 15:31 ligt de nadruk op onreinheden en het heiligdom: opdat de kinderen van Israël niet zouden sterven in een onreine staat doordat zij het heiligdom van Adonai zouden verontreinigen. Door dit verband kunnen we misschien beter begrijpen waarom Yeshua niet voor deze categorie ‘zonde’ gestorven en opgestaan is, maar dat verband benadrukt tegelijkertijd onze persoonlijke verantwoordelijkheden, want Sjaoel zegt immers in 1 Korintiërs 3:16-17, 6:19 en 2 Korintiërs 6:16 dat we een Tempel zijn van Adonai en dat Zijn Geest in ons woont – en ook die Tempel moeten we rein houden!
De Haftara onderwijst in vers 9 het principe ‘niet wachten tot de morgen’. Dat doet denken aan wat Sjaoel zegt in Efeziërs 4:26-27: “26 Wees boos, maar zondig niet (zie ook Psalm 4:4); daarom moet je met de oorzaak van je boosheid hebben afgehandeld voordat de zon ondergaat, 27 anders geef je tegenkrachten de ruimte om je grip te verliezen.”
Sjabbat sjalom,
Lion S. Erwteman, Rosj Kehila van Beth Yeshua,
Amsterdam












