Onderwerpen:
Onderwerpen:
Selectie en uitleg uit de lezingen voor Teroema
Tora: Exodus 26:1-4 uit 25:1-27:19
Maak een tent van tien tentkleden. Weef de tentkleden van blauw, paars en rood draad en fijn linnen. Weef er mooie engelen in. Elk tentkleed moet 28 el (12 ½ m) lang en 4 el (1,8 m) breed zijn. Alle tentkleden moeten even groot worden. Maak vijf van de tentkleden aan elkaar. Maak ook de andere vijf tentkleden aan elkaar. Maak blauwe lussen aan de rand van het laatste kleed van de vijf tentkleden die aan elkaar genaaid zijn. Doe hetzelfde aan de rand van het laatste tentkleed van de andere vijf tentkleden die aan elkaar genaaid zijn.
Haftara: 1 Koningen 6:1-4 uit 5:26-6:13, HB; 5:12-6:13, NL
Toen Sjlomò (Salomo) vier jaar koning van Israël was, begon hij in de maand Zif (dat is de tweede maand) met de bouw van de Tempel voor de Eeuwige. Het was inmiddels 480 jaar geleden dat Israël uit Egypte was vertrokken. De Tempel die koning Sjlomo voor de Eeuwige liet bouwen, was 60 el (27 m) lang, 20 el (9 m) breed en 30 el (13,50 m) hoog. De voorhal aan de voorkant van de voorzaal van de Tempel was 20 el (9 m) lang, dus net zo breed als de tempel, en 10 el (4,50 m) breed. In de muren van de Tempel liet hij ramen maken met een traliewerk van smalle latjes.
Beriet Chadasja: Lukas 4:9-13
9 Tijdens een innerlijke worsteling ervaarde Yeshua een obsessieve neiging om naar Jeruzalem te gaan. Hij moest op de rand van het dak van de Tempel gaan staan. De dwanggedachte was: “Als je de afgezant bent van de Eeuwige, spring dan naar beneden. 10 Er staat toch in de Psalmen 91:11-12, Hij zal beslist Zijn engelen voor jou de opdracht geven, dat zij jou bewaren op je hele levensreis. En ook het volgende vers: Zij zullen jou op handen dragen, zodat jij je voet aan geen steen stoot.” 12 Maar Yeshua gaf weerstand aan deze dwanggedachte met deze reactie: “Er staat ook: “Je mag je Eeuwige niet tot het uiterste brengen.” 13 Daarmee wist Yeshua deze sterke uitdagende neiging te bedwingen. Hij had er een bepaalde tijd geen last van.
Lion Erwteman over Teroema
In de tekst in het Nieuwe Testament is sprake van het woord duivel. Verwar het niet met de Satan, wat Hebreeuws is voor (openbare) aanklager. Je vindt een interessant en goedaardig gesprek tussen de Eeuwige en satan in het boek Job, hoofdstuk 1, verzen 6-12. Daar kwam geen duiveluitdrijving aan te pas. In de middeleeuwen is van het Nieuw-Testamentische woord διάβολος (diabolos) het woord duivel gemaakt, zijnde een wezen met een grote macht. Rechtbanken en priesters zagen in mensen die niet in de pas liepen van hun systeem de invloed van dat wezen. Daarbij vonden ze niet dat de die persoon slachtoffer was zonder wil, maar een aanhanger van dit wezen. Het maakte hun zaak sterk door macht te eisen over dat zelfbedachte wezen. Meer hierover tijdens de studie op deze sjabbat.
Veel predikers beweren dat onze tijd de tijd is waarin G’d zich het meest openbaart en dat dit nooit eerder zo geweldig was. Zij doelen dan op alle geweldige wonderen en ervaringen die zij beweren te ervaren. Er worden speciale diensten en kruistochten (“crusades”!) voor georganiseerd. Aan de buitenkant ziet het er heel imposant uit. Je zou bijna denken dat ze gelijk hebben. Alle moderne middelen, inclusief lichtshows, rook e.d. worden gebruikt om de gebeurtenissen nog imposanter te maken.
Maar de geschiedenis en de Bijbel leren heel iets anders. In Exodus 24:9-11 lees je: “Mosjee besteeg de berg (de berg Sinai) samen met Aharon, Nadav en Avihoe (Aäron, Nadab en Abihu) en zeventig oudsten van Israël. En zij aanschouwden de G’d van Israël. Onder Zijn voeten was een soort platform van saffier, helder als de blauwe hemel in Israel. Zijn hand kwam niet neer op de voorname Israëlieten: zij mochten G’d aanschouwen. Toen aten en dronken zij.” Dit was een fenomenale gebeurtenis! De rest van Sjemot/Exodus 24 spreekt voor zich. Mosjee blijft veertig dagen en veertig nachten bij de Eeuwige. Hij mag in de oneindige grootheid van G’ds majesteit verblijven.
In hoofdstuk 25:2 draagt de Eeuwige Mosjee op om de Kinderen van Israël een heffing te vragen: “Zeg tegen de Kinderen van Israël dat zij voor Mij een heffing inzamelen; van iedere man wiens hart hem dringt, zul jij voor Mij een heffing inzamelen.” Bezittingen worden gevraagd voor het bouwen van de Misjkan, de Tabernakel. De een geeft nog meer dan de ander, van textiel tot en met gouden voorwerpen. Maar aan dit uiterlijke handelen ligt iets heel essentieels ten grondslag: het gaat om een vrijwillig, van harte geven. Met welke hartsgesteldheid komen wij bij de Eeuwige?
Het stamwoord van ‘teroema’ is het Hebreeuwse roem, dat verhogen betekent. De Statenvertaling vertaalt het met ‘hefoffer’. Het vrijwillige, van harte geven komt van het werkwoord ‘nadav’, hetzelfde woord als de naam van de oudste zoon van Aharon, die later gedood werd in de Tabernakel, die gebouwd was uit de vrijwillige bijdragen van de Kinderen van Israël. De Eeuwige had de Misjkan ontworpen. De Kinderen van Israël mochten het Heiligdom voor Hem maken.
De Tabernakel, de verplaatsbare berg Sinaï, de plaats waar de Eeuwige wil verblijven te midden van Zijn volk, kon alleen gebouwd worden door ‘uiterlijke’ zaken die door ‘innerlijke’ veranderingen teweeg waren gebracht. Het was een plaats om de Eeuwige te aanbidden. Er is nu geen fysiek Huis van G’d hier op aarde. Sjaoel (Paulus) schrijft in 1 Korinte 3:16-17 en 2 Korinte 6:14-7:1 dat de gemeente van volgelingen van Yeshua een Tempel van G’d is en in 1 Korinte 6:19-20 dat onze lichamen dat zijn. Wie de Tempel schade toebrengt, ontvangt schade van de Eeuwige. Want die Tempel die wij vormen is heilig en wordt door de Eeuwige bewaakt.
Sjabbat sjalom,
Lion S. Erwteman
rosj kehilla van Beth Yeshua, Amsterdam















