Tetsawee

Speciale selectie: Sjabbat Zachor, Deuteronomium 25:17-19; 1 Samuel 15:2-34

De parasja begint met de opdracht aan de Kinderen van Israël om olijfolie te persen voor de Menora, de zevenarmige kandelaar in het Heilige van de Tabernakel, en de opdracht aan Aharon en zijn zonen deze te onderhouden en te laten branden van ‘de avond tot de ochtend’. Zo wijst de kandelaar op Gods aanwezigheid en is het nooit donker in het heiligdom. “G’d is licht, er is in Hem geen spoor van duisternis” (1 Johannes 1:5).

De Menora was de enige lichtbron in het Heilige. De vuurkooltjes van het reukofferaltaar waren niet voldoende om de ruimte te verlichten. Het feit dat de Kinderen van Israël voor de olijfolie moesten zorgen, geeft aan dat zij daarmee deel hadden aan het mogelijk maken van de diensten en de werkzaamheden van de priesters. In G’ds Koninkrijk is ieders bijdrage belangrijk.

De Menora was vervaardigd in de vorm van amandelbloesems, een symbool van leven. In het oude nabije oosten werd ook ‘licht’ als woord gebruikt voor ‘leven’, terwijl ‘donker’ of ‘duisternis’ als symbool of woord voor ‘dood’ werd gebruikt. Yeshua is het Licht van de wereld. En wij door Hem.

Wij weten dat de functie van de hogepriester een voorafschaduwing is van Yeshua. Dit wordt duidelijk in geschriften als de brief aan de Messiasbelijdende Joden, Hebreeën. ‘Messias’, van het woord ‘Masjiach’, betekent ‘Gezalfde’ en doet denken aan de wijding van de hogepriester met olijfolie. De essentie hiervan staat in Tehilliem, Psalm 133: “1 Een bedevaartslied, op naam van David. Wat is het toch goed, wat is het heerlijk, om als broeders en zusters eendrachtig samen te wonen. 2 Als kostelijke olie is het op Aharons hoofd, die neerdruipt in de baard en van de baard op de kraag van zijn kleed. 3 Als dauw is het, dauw van de Hermon, die neerdruipt op de bergen van Sion. Daar schenkt de Eeuwige Zijn zegen: leven voor altijd.”

In Exodus 28:2 zegt de Eeuwige tegen Mosjee: “Laat voor je broer Aharon heilige kleding maken, die hem waardigheid en aanzien verleent.” Het Hebreeuwse woord ‘kavod’ betekent naast ‘glorie’ ook ‘eer’. Het Hebreeuwse woord ‘tiferet’ betekent ‘pracht’ en ‘enorme schoonheid’. Aharons kleding laat zien hoe de hogepriester apart gezet was ten opzichte van de gewone priesters, om zijn speciale taken te verrichten, waaronder de belangrijkste op Jom Kippoer, Grote Verzoendag: verzoening doen voor hen die vertrouwen op de Schepper van de hemel en de aarde.