Onderwerpen:
Onderwerpen:
Selectie en uitleg uit de lezingen voor Tsav
Tora Leviticus 7:23-27 uit 6:1-8:36
Zeg tegen de Israëlieten: Jullie mogen helemaal geen vet van koeien, schapen of geiten eten. Vet van een stuk vee dat is doodgegaan of dat door een wild dier is gedood, mag je voor allerlei dingen gebruiken, maar je mag het niet eten. Iedereen die vet eet van het vee, waarvan vuur-offers voor de Eeuwige worden gebracht, wordt niet meer gerekend tot het volk Israël (karet). Ook mogen jullie in het hele land geen vlees eten waar het bloed nog in zit. Niet van vogels en niet van vee. Iedereen die vlees eet waar het bloed nog in zit, wordt niet meer gerekend tot het volk Israël.
Haftara: Maleachi 3:17-4:2, NL; 3:17-20, HB; uit 3:3-24
De Eeuwige zegt: Die mensen die in Mijn boek zijn opgeschreven, zullen van Mij zijn op de dag dat Ik over de mensen ga rechtspreken. Ik zal goed voor hen zijn en hen vergeven. Net zoals een vader goed is voor een zoon die hem graag gehoorzaam wil zijn. Hij vergeeft zijn zoon wat hij verkeerd heeft gedaan. Dan zullen jullie zien dat er verschil is tussen mensen die leven zoals Ik het wil, en mensen die zich niets van Mij aantrekken. Tussen mensen die Mij dienen, en mensen die Mij niet willen dienen. Let op, die dag komt eraan! Die dag zal zijn als een gloeiendhete oven! Alle trotse en slechte mensen zullen op die dag als droog gras verbranden. Er zal niets van hen overblijven, zegt de Eeuwige van de hemelse legermachten. Maar jullie hebben ontzag voor Mij. Jullie zullen worden beloond. Voor jullie zal er genezing zijn bij de Eeuwige. Jullie zullen naar buiten gaan en dansen en springen als jonge kalfjes die de stal uit mogen.
Beriet Chadasja: 1 Jochanan (Joh.) 5:10-13
Als je in de Gezondene (de Zoon) van de Eeuwige gelooft, geloof je wat Adonai over Hem zegt. Als je de Eeuwige niet gelooft, zeg je daarmee dat Hij een leugenaar is. Want je hebt niet geloofd wat Hij over zijn Gezondene heeft gezegd. Dit is de getuigenverklaring: Adonai heeft ons eeuwig leven gegeven door Zijn Gezondene naar ons te sturen. Die bezit eeuwig leven. Wie zich verbindt met de Gezondene (de Metatron, zie Midrash Raba van Shemot over Exodus 23:20-21; zie ook in het Nieuwe Testament: Handelingen 7:55-56 en Hebreeën 8:1) heeft eeuwig leven. Wie de Metatron bewust afwijst, heeft niet het eeuwige leven. Jullie geloven in de door Adonai Gezondene. Daarom schrijf ik jullie dit, zodat jullie bevestigd krijgen, dat jullie het eeuwige leven hebben.
Meer over de Metatron:
https://www.chabad.org/library/article_cdo/aid/2844632/jewish/Section-III.htm
https://www.chabad.org/library/siddur/default_cdo/aid/1495868/jewish/Online-Siddur-with-Commentary.htm#!/aid:1664012
https://www.chabad.org/kabbalah/article_cdo/aid/1787671/jewish/When-G-d-Alone-Works.htm
https://www.chabad.org/library/article_cdo/aid/1055341/jewish/Can-Angels-Sin.htm
Over het zenden van Metatron:
https://www.chabad.org/parshah/article_cdo/aid/836541/jewish/Interpolated-Translation.htm
Lion Erwteman over Tsav
De offers van Israël zijn uniek, in vergelijking met de offers van andere volken. Ze zijn niet bedoeld om goden gunstig te stemmen. Ze worden opgedragen om te worden uitgevoerd, en dus is gehoorzaamheid vereist. Je zou kunnen zeggen dat die gehoorzaamheid gunstig werkt in de relatie tussen Israël en de Eeuwige. Maar de offers zelf hebben tot doel om het slechte in ons aan te tonen en te laten sterven. Het slechte in ons heeft ons weg laten drijven van de Eeuwige. Het heeft onze relatie met Hem verbroken. En het bijzondere is dat we G’d niet gunstig hoeven te stemmen met dat offer. Het feit dat Hij ons dit middel aanbiedt, duidt erop dat Hij ons al gunstig gezind is. Het gaat van de Eeuwige uit om ons zover te krijgen weer naar Hem toe te groeien.
Zo bezien zou je kunnen zeggen dat de offers van Israël bedoeld zijn om óns gunstig te stemmen. Israël leert in de parasjat Acharee (Wajikra/Leviticus 16:1-18:30) dat deze offers door middel van het bloed op het altaar ‘verzoening’ bewerken. Vandaar dat het verboden is om bloed te eten. Het Hebreeuwse werkwoord voor verzoenen, kapér, betekent ook: bedekken (kaphar). Sjaoel zegt in 1 Korintiërs 13:7: “Alles bedekt zij (de liefde), alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij.” Hij beschrijft daarmee het principe van kappara, bedekking. Het bijbelse kappara is geen magisch middel dat verkeerde zaken laat verdwijnen. De verkeerde zaken worden bedekt.
De Eeuwige is ons gunstig gezind en Hij bedekt onze fouten. Om ons gunstig te stemmen en ons weer naar Zich toe te halen. Naast verzoening zijn deze offers ook een beeld van plaatsvervangend betalen. De fouten die we hebben gemaakt, moeten hersteld worden. Wij hebben het ‘geld’ niet om dat te betalen. En nu biedt de ons gunstig gezinde G’d van Israël ons aan om die schuld te betalen en ons te bedekken. Dat kost Hem, niet ons. Vergeving heeft nu eenmaal een prijs. En sommige zaken die tussen ons en de Eeuwige in staan en die door de offers van deze parasja worden beschreven, kunnen we niet uit eigen zak betalen. We hebben G’ds vergeving nodig. Vandaar de plaatsvervanging wanneer de betaling plaatsvindt.
Deze offers worden geautoriseerd door het offer van de Messias van Israël. Die zou komen om in onze plaats te sterven. En uit de dood op te staan. Als de lijdende Messias. Later zal Hij opnieuw komen om als koning het Koninkrijk van de Eeuwige op aarde te vestigen, in Jeruzalem. En om vrede te brengen. Vanaf een bepaald moment zijn er geen zondeoffers meer nodig. Maar die vredebrengende Messias moet nog komen. En de tijd van genade, vergeving en verzoening, die vanaf het offer van Hevel (Abel) telt, loopt nog steeds. Nog steeds moeten we gunstig gezind worden jegens de G’d van Israël. Nog steeds is er de noodzaak om ons te bekeren en te corrigeren.
Sjabbat sjalom,
Lion S. Erwteman, Rosj Kehilla van Beth Yeshua
Amsterdam











