Tsav

Sjabbat HaGadol
Speciale selectie: Maleachi 3:4-24

De offers van Israël zijn uniek, in vergelijking met de offers van andere volken. Ze zijn niet bedoeld om goden gunstig te stemmen. Ze worden opgedragen om te worden uitgevoerd, en dus is gehoorzaamheid vereist. Je zou kunnen zeggen dat die gehoorzaamheid gunstig werkt in de relatie tussen Israël en de Eeuwige. Maar de offers zelf hebben tot doel om het slechte in ons aan te tonen en te laten sterven. Het slechte in ons heeft ons weg laten drijven van de Eeuwige. Het heeft onze relatie met Hem verbroken. En het bijzondere is dat we G’d niet gunstig hoeven te stemmen met dat offer. Het feit dat Hij ons dit middel aanbiedt, duidt erop dat Hij ons al gunstig gezind is. Het gaat van de Eeuwige uit om ons zover te krijgen weer naar Hem toe te groeien.

Zo bezien zou je kunnen zeggen dat de offers van Israël bedoeld zijn om óns gunstig te stemmen. Israël leert in de parasjat Acharee (Wajikra/Leviticus 16:1-18:30) dat deze offers door middel van het bloed op het altaar ‘verzoening’ bewerken. Vandaar dat het verboden is om bloed te eten. Het Hebreeuwse werkwoord voor verzoenen, kapér, betekent ook: bedekken (kafar). Sjaoel zegt in 1 Korintiërs 13:7: “Alles bedekt zij (de liefde), alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij.” Hij beschrijft daarmee het principe van kappara, bedekking. Het bijbelse kappara is geen magisch middel dat verkeerde zaken laat verdwijnen. De verkeerde zaken worden bedekt.

De Eeuwige is ons al gunstig gezind en Hij bedekt onze fouten. Om ons gunstig te stemmen en ons weer naar Zich toe te halen. Naast verzoening zijn deze offers ook een beeld van plaatsvervangend betalen. De fouten die we hebben gemaakt, moeten hersteld worden. Wij hebben het ‘geld’ niet om dat te betalen. En nu biedt de ons gunstig gezinde G’d van Israël ons aan om die schuld te betalen en ons te bedekken. Dat kost Hem, niet ons. Vergeving heeft nu eenmaal een prijs. En sommige zaken die tussen ons en de Eeuwige in staan en die door de offers van deze parasja worden beschreven, kunnen we niet uit eigen zak betalen. We hebben G’ds vergeving nodig. Vandaar de plaatsvervanging wanneer de betaling plaatsvindt.

Deze offers worden geautoriseerd door het offer van de Messias van Israël. Die zou komen om in onze plaats te sterven. En uit de dood op te staan. Als de lijdende Messias. Later zou Hij opnieuw komen om als koning het Koninkrijk van de Eeuwige op aarde te vestigen, in Jeruzalem. En om vrede te brengen. Vanaf een bepaald moment zijn er geen zondeoffers meer nodig. Maar die vredebrengende Messias moet nog komen. En de tijd van genade, vergeving en verzoening, die vanaf het offer van Hevel (Abel) telt, loopt nog steeds. Nog steeds moeten we gunstig gezind worden jegens de G’d van Israël. Nog steeds is er de noodzaak om ons te bekeren en te corrigeren.

Sjabbat sjalom,
rabbijn Lion S. Erwteman, Rosj Kehilla van Beth Yeshua,
Amsterdam