Wa’era

De schepping van de hemel en de aarde heeft plaatsgevonden. Mosjee heeft deze informatie ontvangen van de Eeuwige ontvangen, begrepen en weten door te geven. Daardoor hebben zijn volksgenoten indertijd en ook wij in onze tijd begrip van dat unieke goddelijke werk. En we begrijpen dat er meer is dan we met onze ogen kunnen zien, niet alleen de aarde met alles wat daarop zichtbaar is, maar ook de onzichtbare hemel. Nu weten we ook waar Mozes naar toe gaat, wanneer hij bijvoorbeeld de berg Sinai beklimt en zich in de donkerte begeeft. Althans we weten dat het gebeurt en krijgen een beeld, voor zover zijn beschrijving en ons begrip toelaten. Een mens is zo gauw geneigd in zijn doen en laten niet verder kijken en te denken dan zijn aardse, zichtbare neus lang is.

Noach leefde van 1056 tot 2006 volgens de bijbelse jaartelling, Avraham leefde van 1948 tot 2123. Zij waren tijdgenoten. In die nog kleinere wereld dan nu bestaat de mogelijkheid dat ze elkaar persoonlijk gekend hebben. In ieder geval is wat Noach mee heeft gemaakt ter ore gekomen van Avraham. Daardoor is de kans ook zoveel groter dat Mosjee een betrouwbaar verslag van deze grote, alles verwoestende, tsunami heeft ontvangen. Andere verslagen hiervan, zoals het Gilgamesj Epos, zijn gebaseerd op geruchten. En vermengd met religieuze propaganda gericht tegen de boodschap die Mosjee in zijn berichtgeving heeft gelegd. Laten we beseffen dat alles wat Mosjee heeft opgeschreven een dubbele agenda had: niet alleen de letterlijke inhoud van de boodschap, maar ook de onderliggende proclamatie dat de G’d van Israël de schepper en rechter is van hemel en aarde. Net als het Gilgamesj Epos, maar dan met een andere, namelijk de ware invulling.

Die brug, in de persoon van Noach, tussen de oude wereld met zijn gebeurtenissen en de nieuwe, met Avraham aan het andere einde van die brug, is een uiterst belangrijke factor in de betrouwbaarheid van de Bijbel. Zo is de doorgifte van het geloof in de G’d van Israël en de relatie die Avraham, Jitschak en Ja’akov met Hem hadden, ook zo een belangrijk onderdeel van die betrouwbaarheid. En niet alleen voor ons, maar net zo voor Mosjee. Dat is waarom de Eeuwige zichzelf aan Mozes bekend maakt in het begin van de Toraportie van deze week met de woorden: “Ik ben voor Avraham, Jitschak en Ja’akov verschenen als G’d de Almachtige …” (6:3). Daar ligt niet alleen het begin van de Joodse godsdienst, maar ook de bron van de verspreiding van het Goede Nieuws dat ook Mosjee ter ore is gekomen. Niet alleen is de Eeuwige aan hen verschenen, maar Hij heeft ook beloften gedaan: “Ik zal jullie naar het land brengen, waarvan Ik gezworen heb om het aan Avraham, Jitschak en Ja’akov te zullen geven. Ik zal het aan jou geven als bezit. Ik ben de Eeuwige” (6:8).

Geen kerk ter wereld kan deze beloften, van land aan Israël, teniet doen. Zoals bijvoorbeeld de in Libanon geboren aartsbisschop van de Grieks orthodoxe kerk Cyril Salim Bustros ons wil laten geloven op een concilie in Rome op 17 oktober 2010. Toen hebben alle bisschoppen ons laten weten dat vrede in het Midden-Oosten pas mogelijk is als Israël stopt met haar “bezetting van Arabisch land”. Zo een uitspraak tracht de aandacht af te leiden van het wereldwijde kindermisbruik in diezelfde kerk die daarmee bezetting van onschuldige kinderen pleegt. Het is van dit soort klauwen dat Mozes werd opgeroepen om Israël te bevrijden, toen hij werd aangesteld als de leider van de uittocht uit Egypte, uitvoerig beschreven in deze Toraportie. En als leider die zijn volk naar dat door de G’d van Israël Beloofde Land mocht brengen.