Wajakhel-Pekoedee

Sjabbat HaChodesj: Exodus 12:1-20; Ezechiël 45:16-46:18

Selectie en uitleg uit de lezingen voor Wajakhel-Pekoedee

 

Tora: 37:1-5 uit 35:1-40:38

Betsal’el maakte de kist van acaciahout, van 2½ el (1,13 m) lang, 1½ el (68 cm) breed en 1½ el (68 cm) hoog. Hij bedekte die van binnen en van buiten met zuiver goud. Rondom maakt hij er een opstaande gouden rand op. Hij maakte vier gouden ringen aan de vier hoeken: twee ringen aan de ene zijkant en twee ringen aan de andere zijkant. Hij maakte draagstokken van acaciahout en bedekte die met goud. De draagstokken stak hij in de ringen die aan de zijkanten van de kist zaten. Daarmee moest de kist worden gedragen.

Exodus 12:1-4 uit Exodus 12:1-20
De Eeuwige zei tegen Mosjee en Aharon: “Deze maand wordt voortaan voor jullie de belangrijkste maand. Hij wordt de eerste maand van het jaar. Zeg tegen het hele volk Israël: Op de tiende dag van deze maand moet iedereen een Pesachoffer uit zijn kudde uitzoeken: één paaslam per gezin. Maar als iemands gezin daar te klein voor is, moet hij samendoen met een buurman. Er moet genoeg vlees zijn voor alle mensen van die twee gezinnen. Bij het uitzoeken van het dier moeten jullie rekening houden met hoeveel iedereen eet.

Haftara: Ezechiël 46:8-11 uit 45:16-46:18

Als de koning naar binnen gaat, moet hij door de voorhal van de Tempelpoort lopen en weer langs dezelfde weg naar buiten gaan. Maar wanneer het volk op een van de feestdagen naar de Eeuwige komt, moeten de mensen die door de Tempelpoort aan de noordkant zijn binnengekomen, door de poort aan de zuidkant weer naar buiten gaan. En de mensen die door de poort aan de zuidkant zijn binnengekomen, moeten door de poort aan de noordkant weer naar buiten gaan. De mensen mogen niet door dezelfde Tempelpoort naar buiten gaan waardoor ze zijn binnengekomen. Ze moeten door de poort die er recht tegenover ligt weer naar buiten gaan. De koning moet tegelijk met de andere mensen naar binnen gaan, en ook tegelijk met hen weer naar buiten gaan. Op de feesten en bijzondere dagen moet er bij elke stier en bij elk mannetjes-schaap 1 efa (22 liter) meel geofferd worden. Bij de vrouwtjes-schapen zoveel meel als de koning kan geven. Verder 1 hin (3,7 liter) olijf-olie bij elke efa meel.

Beriet Chadasja: Filippiërs 3:8-14

Echt, ik beschouw mijn vroegere beslissingen nu allemaal als schade in het licht van de unieke kostbare waarde van het kennen van Yeshua de Messias, mijn Meester. Voor Hem heb ik alles, mooie en slechte zaken, als afval weggegooid, opdat ik de gunst van de Messias mag ontvangen. Want dan zou ik vrijgesproken worden van schuld. Door Hem gaat dan blijken dat ik de Tora niet hoef te misgebruiken om mij gerechtvaardigd te gaan voelen. Want dat komt door mijn gelovig vertrouwen in de Messias, dat ik vanuit de Eeuwige heb ontvangen door mijn geloven. Zo kon ik hem echt leren kennen en de kracht van Zijn opstanding leren begrijpen. Zo kon ik deelgenoot worden van Zijn lijden. Dat alles om één te worden met zijn dood, om vervolgens uit de dood kan opstaan om te leven. Niet dat ik er al ben, of dat ik al volmaakt ben. Maar ik ben daar helemaal op gericht om het te pakken te krijgen. Om die reden ben ik gegrepen door Yeshua de Messias. Geloofsgenoten, ik verbeeld me niet dat ik mijn doel al heb bereikt. Eén ding doe ik: geen waarde meer hechten aan wat achter mij is en mij uitstrekken naar wat nog komen gaat. Ik ben op jacht naar het doel: de hoge roeping vanuit de hemel, van de Eeuwige, door Yeshua de Messias.


Lion Erwteman over Wajakhel-Pekoedee

 

Sjabbat HaChodesj

De aanwijzingen voor de bouw van de Tempel zijn gegeven in de voorgaande hoofdstukken van Sjemot/Exodus. Alles wat de Eeuwige aan Israël opdraagt om te bouwen is ontleend aan bestaande zaken. Zo zijn Yeshua’s gelijkenissen dat ook, terwijl ze een beschrijving zijn van het Koninkrijk van de hemel. Er zijn tempels van afgoden gevonden met soortgelijke indelingen. Archeologen hebben altaren met overeenkomstige bouw gevonden. De behoefte die de Eeuwige in de mens heeft gelegd om Hem te eren, is geperverteerd bij mensen die liever andere goden wilden en willen eren.

Die behoefte om de Eeuwige te eren is al zo oud als Kaïn en Abel, waarvan Mosjee (Mozes) ons heeft laten weten dat zij op hun manier de Eeuwige geëerd hebben. Denk aan de wijzen uit het oosten. Het geheim van het gebruiken van bestaande voorbeelden, ook bij de Tempelbouw, zoals we lezen in de Toraportie van deze week, is daarom niet in de eerste plaats het uiterlijk, maar het gebruik en het doel. Nu kon het Joodse volk Israël weten hoe ze de Eeuwige konden eren zonder afgodische gebruiken over te nemen. Ze wisten hoe het niet moest. En de overige volken konden een herkenbaar godsdienstig systeem zien, maar dan gewijd aan de enige G’d die aanbidding waard is.

Als Israël als volk de Eeuwige niet goed eerde, trok Hij Zich tijdelijk terug. Net zo kan de Eeuwige een individu verlaten, en die zal dat doorgaans niet eens in de gaten hebben. Onze koning David vreesde daarvoor en hij treurde en smeekte om dat toch niet te hoeven meemaken: “Verstoot mij niet, weg van Uw gelaat, en neem Uw Heilige Geest niet van mij weg” (Tehilliem/Psalm 51:13).

Daarom waarschuwt Sjaoel (Paulus) voor dit afschuwelijke vertrek van G’ds Geest op twee plaatsen: “Bedroef G’ds heilige Geest niet…” (Efeziërs 4:30). En ook: “Doof de Geest niet uit” (1 Tessalonicenzen 5:19). Dit alles wijst erop dat we ons als gelovigen dienen te richten op het respecteren en eren van de Eeuwige en van mensen. De Tempel, hoe heilig die ook was en weer zal zijn, is het aardse middel dat de Eeuwige gebruikt om een mentsj van ons te maken, zoals we dat in het Jiddisch noemen.

We naderen de maand van Pesach en lezen daarom nog eens hoe de eerste Pesach werd gevierd in Egypte, door Joden en niet-Joden, zie Sjemot/Exodus 12:48-49. Om daardoor te beseffen dat de plaats van die eerste viering verkeerd was doordat we verbannen waren. We hadden de bevrijding en verlossing van de Eeuwige nodig. Geweldig dat Hij die wil geven.

Neem ze van Hem aan. En laat ze niet halverwege los. Ons hart moet echt openstaan voor Zijn onderwijs en correctie, direct van Hem en via derden. Vandaar de mystieke aanwijzing in de Tempelbeschrijving van Ezechiël, dat de poort van de binnenste hof in de Tempel naar het oosten gericht moet zijn, de richting van onze oorsprong en onze toekomst, van G’ds aanwezigheid op aarde in de komende wereld.

Sjabbat sjalom,
Lion Erwteman, rosj kehilla van Beth Yeshua
Amsterdam