Onderwerpen:
Onderwerpen:
Lezingen voor Wajechie
Tora : Genesis 49:1-4 uit 47:28-50:26
Daarna liet Jakob al zijn zonen komen. Hij zei tegen hen: “Kom allemaal hier. Ik wil jullie vertellen wat er in de toekomst met jullie zal gebeuren. Kom hier en luister, zonen van Jakob, luister naar jullie vader Israël. Ruben, jij bent mijn oudste zoon. Jij bent uit mij geboren toen ik nog jong en sterk was. Je bent de machtigste en de rijkste. Je handelt snel, zonder er over na te denken. Jij zal niet de rechten van oudste zoon krijgen. Want je bent met de vrouw van je vader naar bed geweest. Je hebt mijn huwelijksbed onrein gemaakt, want je hebt met mijn vrouw geslapen.
Haftara : 1 Koningen 2:1-4 uit 2:1-12
Toen David voelde dat hij niet lang meer zou leven, liet hij zijn zoon Salomo komen. Hij zei tegen hem: “Ook ik ga nu overlijden, zoals uiteindelijk iedereen. Wees vastberaden en laat zien wat je kan. Dien Adonai, de Eeuwige. En leef zoals Hij het wil. Houd je aan al zijn wetten en leefregels zoals die staan opgeschreven in de wet van Mosjee. Want dan zal het goed met je gaan in alles wat je doet. En dan kan de Eeuwige doen wat Hij mij heeft beloofd. Hij heeft tegen me gezegd: ‘Als je zonen leven zoals Ik het wil en met hart en ziel trouw zijn aan Mij en dicht bij Mij leven, dan zal altijd een van jouw zonen koning van Israël zijn.’
Beriet Chadasja : Handelingen 5:1-6
Er was een zekere man die Chananja heette. Samen met zijn vrouw verkocht hij een deel van zijn bezit. En terwijl zijn vrouw ervan op de hoogte was, behield hij een deel van de opbrengst voor zichzelf. Onderwijl bracht hij het overige deel van het geld naar de gemeenteleiders. Toen zei Kefa (Petrus), “Waarom heeft het negatieve deel van jouw karakter je hart zo vervuld, dat je tegen de Geest van de Eeuwige liegt en een deel van het geld zelf houdt, dat je had ontvangen voor je verkochte land? Voordat je het verkocht, was het jouw bezit. En nadat je het had verkocht, had het geld van jou kunnen zijn, om te gebruiken zoals jij dat zelf wilde. Dus wat heeft jou er dan toe gebracht dit te doen? Jij hebt niet gelogen tegen mensen, maar tegen de Eeuwige.” Op het moment dat Chananja deze woorden hoorde, viel hij dood op de grond. Iedereen die het hoorde, was doodsbang.
Lion Erwteman over Wajechie
In Genesis 47:4 hadden de broers van Jozef tegen de koning van Egypte gezegd dat ze in Egypte niet als ingezetenen wilden verblijven, maar als vreemdelingen. Maar in Genesis 47:27 lezen we dat zij daar ingezetenen werden. Als je het goed hebt en alles vanzelf gaat, ga je gemakkelijk je vreemdelingschap hier op aarde vergeten. Maar bij Jakob is het besef van vreemdelingschap blijven leven. Hij wil niet in Egypte begraven worden, maar in het Beloofde Land, het Land van de Eeuwige, in het graf van zijn grootvader, Abraham, en van zijn vader, Isaak (Genesis 47:28-31).
Niet altijd heeft iemand op zijn sterfbed nog een taak. Jakob had dat. Met profetische zegeningen neemt hij afscheid. Hij was oud, zwak, ziek en praktisch blind, net als destijds zijn vader, Isaak (zie Genesis 27:1a). Maar de Eeuwige sprak door hem heen en Jakob wist wel wat hij wilde. Jakob laat niet los wat G’d beloofd had (zie Genesis 28:13-15 en 35:11-12), ook al is zijn leven totaal anders gelopen dan hij had gedacht. Dat Jakob G’ds belofte niet helemaal in vervulling heeft zien gaan, wil niet zeggen dat de Eeuwige Zijn woord niet heeft gehouden. Jakob zegent Efraïm en Menasje en weet en ziet, blind als hij is, wie hij eerst zegent: de jongste, net als hij zelf (zie de afbeelding).
In Genesis 49:5-7 neemt Jakob afstand van het wrede geweld van Simeon en Levi destijds. Zij hadden wraak genomen voor Dina, hun zus, die door de Chiwwiet Sichem verkracht was. Toen durfde Jakob niet op te treden. Maar Simeon en Levi des te meer – zie Genesis 34. De stam Simeon verloor in de loop van de tijd voortdurend meer aan betekenis en werd uiteindelijk verstrooid. En de stam Levi krijgt geen eigen gebied, maar komt verspreid te wonen over heel Israël. En desondanks komen zij in de zegen door Jakob uitgesproken, op hun Messiaanse bestemming. Jakob ziet de eindtijd en G’ds volmaakte plan met onvolmaakte mensen.
Doordat de Levieten in de tijd van het gouden kalf de Eeuwige trouw blijven (zie Exodus 32:25-29), zet de Eeuwige deze straf om in een zegen: Hijzelf zal hun erfdeel zijn en ze zullen, verspreid over het hele gebied van Israël, in Zijn bijzondere dienst mogen staan. In Genesis 49:8-12 zegt Jakob dat Juda een jonge leeuw is. Deze koning van de dieren dwingt respect af. Het koningshuis van David zal uit deze stam voortkomen. Jakob profeteert over de komende Heerser, die niet alleen over Israël zal regeren, maar ook over alle andere volken. Het gaat hier om een profetie over de Leeuw uit de stam Juda, Yeshua, de Messias – zie Zacharia 14:4, 9, 16 en Openbaring 5:5.
Sjabbat sjalom,
Lion S. Erwteman, rosj kehilla van Beth Yeshua
Amsterdam
















