Wajikra

De maand Niesan is begonnen, de Bijbelse maand waarin het oeroude, maar zo actuele bevrijdingsfeest Pesach plaatsvindt. De portie van deze week begint met de vermelding dat de Eeuwige Mosjee roept. Het is niet bijzonder dat dit gebeurt. Andere goden roepen ook, lokken, verleiden, doen bijzondere aanbiedingen, geven mensen een goed gevoel en laten hen vechten voor ‘de rechtvaardige zaak’. Het bijzondere is dat Mosjee de stem van de G’d van Israël herkent. Daardoor kon Israël bevrijd worden en uitgeleid uit Egypte. Daardoor kon de Messias geboren worden uit een Joodse mamma en daardoor hebben we de Bijbel en heeft Israël haar Land terug. Het gemak waarmee sommige mensen over de Eeuwige spreken, alsof er een hotline zou zijn, staat in contrast met de manier waarop Mosjee zijn contact met Hem beschrijft.

Zijn roeping en zijn grote aarzeling, waarover we lezen in Sjemot/Exodus 3, is een aanduiding hiervan. En ook de manier waarop de Eeuwige hem daar aanspreekt, is opvallend: “Mosjee, Mosjee” (Sjemot 3:4). Het is alsof er bij deze grote leider en profeet een barrière doorbroken moet worden om met de machtige Schepper van hemel en aarde in contact te komen. En het feit dat Mosjee zo helemaal eerlijk over zijn grote fout schrijft wanneer hij meer eer opeist dan de Eeuwige hem had toegestaan in het incident met de steen waar hij tegen moet spreken, zie Bamidbar/Numeri 20:10, toont aan dat er lang, zo niet altijd, afstand heeft bestaan tussen hem en de Eeuwige. Dat is de manier waarop wij met de Eeuwige zouden moeten omgaan: dichtbij en tegelijkertijd zakelijk en vol respect. En het liefst zonder fouten te maken.

De portie van deze week beschrijft ook de vele soorten offers die de Eeuwige heeft voorgeschreven. Naast meeloffers van tarwe en gerst zijn er vele dierenoffers, van lammeren en kalveren, tot rammen, stieren, duiven en geiten. Er zijn offers voor Grote Verzoendag, brandoffers, zondeoffers, schuldoffers, vredeoffers, dankoffers, tienden, pesachoffers en offers in verband met de eerstgeborene. Bij elk offer is beschreven op welke plaats het in het Tempelcomplex dient te worden verricht, of het moet worden uitgegoten, geworpen, gewuifd, of met een vinger toegepast. En er wordt aangeven of en zo ja door wie het moet worden gegeten en welk deel ervan en op welk tijdstip. Het is bijzonder jammer dat we niet naadloos van de Tempeldienst naar de nieuwe dienst door de nieuwe priesterorde hadden kunnen gaan.

We leven nu in de tijd zonder Tempel en daardoor zonder altaar. De grote meerwaarde van het kunnen beleven van al deze offers is dat zij zichtbaar maakten wat een energie en moeite het de Eeuwige kost om Zijn beloften te kunnen waarmaken. Dat alleen al leert ons om beloften en excuses niet te gemakkelijk uit te spreken. Want ook ons kost het grote moeite om waar te maken wat we beweren, om woorden en daden gelijk aan elkaar te laten zijn. Zo nader je elkaar, zie 1 Johannes 1:7. Het geheim van elk van deze offers is gelegen in het algemene Hebreeuwse woord voor ‘offer’: korban. Het werkwoord ‘dichtbij komen’, karav, zit hierin. Niet op afstand blijven, maar betrokken raken.

Sjabbat sjalom,
rabbijn Lion S. Erwteman, Rosh Kehilla van Beth Yeshua
Amsterdam