Sinterklaas ontsluierd

Kijkend op mijn kalender zie ik dat het volgende feest, Chanoeka, op precies dezelfde datum valt als “Sinterklaas”. Geboren in duistere geesten heeft dit feest van “Sinterklaas” aspecten en betekenissen waar we onszelf en onze kinderen niet mee willen inlaten. Zo organiseren mensen maar leuke avondjes waar kinderen en volwassenen elkaar cadeautjes geven. En ze vertellen elkaar dat deze “Sinterklaas” met zijn achenebbiesje zwarte knechten hen deze cadeautjes heeft gegeven.
 
Het kost niet veel moeite om kinderen de waarheid te vertellen. Er is geen “Sinterklaas”, er zijn geen zwarte knechten en zwarte mensen zijn niet achenebbiesj. Het geven van cadeautjes is erg leuk om te doen; het krijgen ervan nog leuker. Maar wanneer mensen de Tora of de Profeten niet gebruiken als hun gids gaan ze hun eigen religieuze systemen uitvinden, omdat mensen geboren worden met een kromme rug, bedoeld om te aanbidden. En aanbidden zullen we, wat er maar beschikbaar is.

Dit deel van de identiteit van mensen, aanbidding, vind je in de sportwereld bij onder andere voetbal en baseball, maar ook in de filmwereld, in de wereld van shows, in de bankwereld, in yoga, in het chanten van mantra’s en zo verder. Ik geloof dat mensen het beste zouden gedijen als ze zich zouden gedragen zoals ze origineel zijn geprogrammeerd. Als mensen in staat zouden zijn om hun natuurlijke weerstand tegen de aanwezigheid van G’d te overwinnen zouden ze uitvindingen als “Sinterklaas” niet nodig hebben; en evengoed cadeautjes krijgen.

We zijn als het speelgoed in een speelgoedwinkel; we zijn niet de winkeleigenaar. Dit heeft gevolgen voor onze verantwoordelijkheid en onze vrijheid. Als we ons realiseren dat wij zelf cadeautjes zijn die het eigendom blijven van de winkeleigenaar dan hoeven we geen feesten uit te vinden om cadeautjes te geven. G’d is de winkeleigenaar en de maker van het speelgoed. Als cadeautjes hebben we de vrije wil om uit handen te blijven van slechte ontvangers van cadeautjes. Gebruiken we die vrije wil?

Het is vernederend om het bezit te zijn van een hoger wezen zolang we vasthouden aan onze zogenaamde vrijheid om te geloven dat we zelf de eigenaren van de winkel zijn. Maar we hebben onszelf niet gemaakt, of wel soms? Zodra we een band krijgen met de eigenaar van de winkel verandert de vernedering in de vreugde van het zijn van een pop in de handen van onze maker. We hebben nog iets minder dan twee maanden om ons voor te bereiden op deze sobere maar vreugdevolle feiten. Dat moet genoeg zijn.