Soekot, Loofhuttenfeest, als beeld van bruiloft

Uitzicht
Een loofhut heeft een binnenkant en een buitenkant. Van binnen maken we de hut gezellig en uitnodigend. Vanaf de buitenkant moet de binnenkant te zien zijn, met de mogelijkheid om van binnen uit zo ver als de sterren te kunnen kijken. Wat dat betreft is zo’n hut net een gemeente. Het Loofhuttenfeest begint op 15 Tisjri en gaat door tot het Slotfeest, Sjeminie Atseret, gevolgd op de volgende dag door Simchat Tora, Vreugde over de Tora. Het is een mitswa, een bijbelse opdracht, om je in deze tijd in je loofhut op te houden. Het is een herinnering aan het wonen in dit soort bouwsels tijdens de tocht naar het Beloofde Land. In elk bijbels feest is wel een verwijzing te vinden naar die uittocht. Dat is ook van groot belang. Op talloze plaatsen in Tenach, de Hebreeuwse Bijbel, herinnert G’d ons aan die barre tocht. Maar ook aan het belang van wegtrekken uit Egypte en de noodzaak van het innemen van het nieuwe gebied. Het is alsof je leest, “… dat jullie, wat je vroegere levenswijze betreft, de oude mens aflegt, die verderft door zijn misleidende begeerten, dat je verjongd wordt door de geest van je denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar [de wil van] G’d geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid” (Efeze 4:22-24).

Drie doelen
De Eeuwige wil met ons verblijf in de soeka drie dingen bereiken, namelijk dat we ons goed realiseren: 1. waar we vandaan komen; 2. hoe gebrekkig we zijn en hoe afhankelijk van Hem; en 3. hoe anderen in een soortgelijk proces als wij zitten, ook op weg, zodat we elkaar kunnen begrijpen. We lopen door deze drie punten heen en herinneren er aan, dat de soeka, de loofhut een wankel bouwsel hoort te zijn, dat zonder spijkers in elkaar wordt gezet. Door het “dak” moet je de sterren kunnen zien. Kortom, in Nederland is zo’n huisje niet bepaald een warm onderkomen. Wel geeft het, als uiterlijk symbool, goed aan hoe wij innerlijk ten opzichte van God en elkaar horen te zijn. En dat is met een houding van nederigheid en het besef hoe breekbaar we zijn en hoe afhankelijk we zijn van de Eeuwige.

Wuivend zegenen
Een loelav maakt deel uit van de feestvreugde. Een loelav is een bundel van takken, bestaande uit één palmtak (letterlijk: loelav), twee wilgentakken (aravot) en drie mirtetakken (hadassot), plus een etrog, een citroenvormige citrusvrucht, zoals beschreven in Wajikra/Leviticus 23:40. De takken worden tezamen gebonden (op Erev Soekot) en vastgehouden in de rechterhand, terwijl de vrucht apart daarvan wordt vastgehouden in de linkerhand. Tijdens de beracha voor het loelav zwaaien brengt men de beide handen tezamen, waarbij de etrog vlakbij je hart zit . De plaats waar het steeltje heeft gezeten houdt men omhoog, tot na de beracha. Wanneer men begint te wuiven, draait men de etrog ondersteboven. Het zwaaien is een wuifgebed naar de Almachtige. En een zegenend gebaar naar de vier hoeken van de wereld. Dit laatste maakt dat de loelav van takken en een vrucht uit Israël dient te zijn samengesteld. Want de profeet Jesaja heeft gezegd: “Op die dag zal Israël de derde zijn naast Egypte en Assur, een zegen in het midden van de aarde” (Jesaja 19:24). Die zegen laat zich nu al zien, onder meer door de loelav.

Misjna Soeka
Zoals de etrog, zoals alle fruit, meer water nodig heeft, zoals palmtakken in valleien groeien waar een overvloed aan water is en zoals mirte en wilgen aan water groeien, zo laten we de G’d die ons geeft wat we nodig hebben, weten dat ook wij water willen. De loelav wordt naar alle windrichtingen gezwaaid en dan ook naar boven, hemelwaarts en naar beneden, richting de aarde. Zo heeft de hele wereld water nodig en zo zal bovendien eens de aarde vol worden van de kennis van de heerlijkheid van de Almachtige, zoals de wateren die de bodem der zee bedekken (Habakuk 2:14). In de Misjna Soeka staat over het wuiven in de vier richtingen geschreven, “De vier windrichtingen wijzen ons op G’d, die de vier richtingen in zijn bezit heeft en de loelav wordt op en neer gewuifd tot eer van hem, tot wie de hemel en de aarde behoren.” De zegen over de loelav bestaat uit diverse onderdelen.

Gebeden (fonetisch)
Eerst wordt zonder de etrog gebeden: Baroech ata Adonai, Elohenoe mèlech ha’olam, asjer kid’sjanoe bemitswotav, w’tsiwanoe al-n’tielat loelav. Gezegend bent U, o Eeuwige, onze G’d, koning voor eeuwig, die ons heeft geheiligd door Zijn geboden en die ons heeft opgedragen de loelav op te nemen. Dan op de eerste avond: Baroech ata Adonai, Elohenoe mèlech ha’olam, sjehechejánoe w’ki’mánoe w’higiejánoe lazman hazee. Gezegend bent U, o Eeuwige onze G’d, koning voor eeuwig, U die ons leven heeft geschonken, ons heeft ondersteund en ons tot dit ogenblik heeft geleid. En dan, voor het wuiven plaatsvindt: Baroech ata Adonai, Elohenoe mèlech ha’olam, asjer kid’sjanoe bemitswotav, asjer bisjmo notliem anàchnoe loelav. Gezegend bent U, Eeuwige onze G’d, koning voor eeuwig, die ons heeft geheiligd door Zijn geboden, in wiens naam wij de loelav wuiven.

Nieuwe Jeruzalem
Dit betrekken van ons als individu, maar tevens van de hele mensheid, bij Soekot is ook te zien in Zacharia 14, waar alle volken zullen opgaan naar Jeruzalem om daar ditzelfde Loofhuttenfeest te vieren. Het werd reeds aangegeven in Numeri 29:13-34, waar het offer van de zeventig stieren wordt verlangd. Zeventig is het getal van de volken, dat volgens de traditie zeventig in aantal bedraagt. Volgens Sjemot/Exodus 1:5 bedraagt het aantal afstammelingen van Ja’akov, Jakob, zeventig. U en ik, wij die Yeshua erkennen als de Messias van Israël, worden opgeroepen om dit feest te vieren in Jeruzalem, waar eens, spoedig, G’ds Koninkrijk gevestigd zal zijn en Yeshua als Koning op aarde (Zacharia 14:16) zal regeren. Het nieuwe Jeruzalem zal dan bewoond zijn (Openbaring 21:16) en G’d kan terugkijken op een heilswerk, door Zijn Zoon en Zijn volk heen, dat groots en machtig, vol genade en trouw, genoemd mag worden.

Bruiloft met de Tora
Na Soekot wordt Simchat Tora, Vreugde over het Woord, gevierd. Dansend worden Torarollen door de synagogen gedragen, als een bruid die uitzinnig is van blijdschap en die met een kostbaar aandenken aan haar bruidegom ronddanst. En inderdaad is geheel Israël G’ds bruid. “Ik zal jou voor Mij tot bruid maken voor eeuwig: Ik zal jou voor Mij tot bruid maken door gerechtigheid en recht, door goedheid en ontferming; Ik zal jou voor Mij tot bruid maken door trouw; en jullie zullen de Eeuwige kennen” (Hosea 2:19-20). Door enting op de Olijfboom horen daar vervolgens ook de gelovigen uit de kerken en gemeenten bij. En Yeshua is de bruidegom van Zijn volk (Efeze 5:25-27). Onze aanstaande bruiloft vieren we alvast, op Simchat Tora!

Lion S. Erwteman,
Rosj Kehilla van Beth Yeshua, Amsterdam