Teroema

De opdracht in deze parsje is om een Mikdasj (heiligdom) in de Tempel, eerst in de woestijn en later in Jeruzalem, te bouwen. Het is een uitnodiging aan de hele mensheid om de goddelijkheid van de Eeuwige in de wereld te brengen. Hoewel Gd als Schepper alomtegenwoordig is, moet de mens zich openstellen om Gds betrokkenheid te laten voortkomen in ieders persoonlijke leven. Ze zullen Mij een heiligdom maken, opdat Ik te midden van hen kan wonen (Ex.25:1-8); meer dan een derde van Sjemot (Exodus) gaat hierover. In Sjemot 25:8 staat niet: Ze moeten Mij een Heiligdom maken, opdat Ik daar wone , maar: opdat Ik in hun midden woon. Een onmiskenbare afwijzing van de gedachte dat Gd permanent in een tempel zou wonen. Waarom zou de Eeuwige te midden van ons willen wonen? De hemel, waar Hij woont, is toch volmaakt?

In Jes.66:1 staat: De hemel is Mijn zetel, Mijn troon, de aarde de bank Mijner voeten, waar zou dan Mijn huis zijn, dat gij Mij zou bouwen en waar de plaats Mijner rust? De Eeuwige heeft het geboden om Zijn zorgende aanwezigheid in onze harten te planten. Vandaar in Jes.66:2: Op hem zie Ik toe, op de arme, de geestelijk verdrukte, en wie ontzag hebben voor mijn WOORD.

Heel nauwgezet moeten wij de aanwijzingen van de Eeuwige voor de bouw van de Misjkan (woning) volgen. Erg interessant om te weten is dat er voor de inrichting van de Misjkan (woning) 13 artikelen genoemd worden (Ex.23:3-7). 13 = Echad, 10 = de hand van G’d, de tien hoedanigheden van G’d, 3 = de volledige rijkdom van Gd. In Ex.34:6,7 worden 13 goddelijke eigenschappen genoemd. Liefde (Ahava) heeft ook dezelfde getalswaarde. Is dit alles toeval? Al deze hiervoor genoemde eigenschappen hebben dus inwoning in de Mikdasj (heiligdom) van de Ohel Moeed (Tent van de samenkomsten, Ex.29:4).

Het werkelijke ontwerp van het Heilige, de Tempel en de inwoning van G’d, is de mens zelf, door heiliging en door het onderhouden van de Mitswot. In 1 Kor.3:16 staat Weet gij dan niet dat gij Gds Tempel zijt en dat G’ds Geest in u woont? En in 2 Kor.6:16: Wij toch zijn de tempel van de levende G’d, gelijk Gd gesproken heeft: Ik zal onder hen wonen en wandelen. In de haftaralezing over 1 Kon. 6:12,13 staat: Wat dit huis, dat je daar bouwt betreft, enz. Als je jouw leven richt naar Mijn wetten, Mijn voorschriften nakomt en je houdt aan al Mijn geboden, om ernaar te leven, dan pas zal Ik bij jullie wonen. En zoals de kinderen Isra�s, het volk, voor de bouw van de Tempel giften gaven, met alles waartoe ze bij machte waren en uit het hart, zo verzoent ook de Eeuwige, geprezen is Hij, ze met Zijn hart, door Yeshua HaMasjiach, het vlees geworden WOORD.