Tazria

Deze week gaat het kort over de verontreiniging bij de geboorte van een mens. Twee vrienden van Iov (Job), Elifaz en Bildad, beseffen dat elk mens onrein is bij de geboorte (Job 15:14, 25:4). En koning David komt daar in de buurt wanneer hij zegt: “In ongerechtigheid ben ik geboren, in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen” (Psalm 51:7). De natuur leert ons dat we in veel opzichten op andere dieren lijken. Dat is ontnuchterend voor wie zich op een voetstuk heeft geplaatst. En de Bijbel leert ons dat we bij onze geboorte een moeder hebben die verontreinigd is. Dat maakt dat aspect van onze afkomst anders dan we zelf misschien zouden uitkiezen.

Qua aardse afstamming stelt een mens weinig voor. Om niet te spreken over zijn bestemming nadat het aardse leven is afgelopen. Qua afstamming zijn we voer voor theologen, tijdens ons leven zijn we voer voor psychologen (met dank aan Harry Mulisch) en qua bestemming zijn we voer voor de wormen. Wat een mens bijzonder maakt, is wanneer hij of zij het verkregen leven ten dienste stelt van de Schepper. Dan wordt ons leven zinvol en dan staan we uiteindelijk op uit de dood tot eeuwig leven.

Zo kort als het gaat over verontreiniging bij de geboorte, zo lang gaat het vervolgens, twee hoofdstukken, over de verontreiniging door melaatsheid. Melaatsheid, of beter gezegd: tsara’at, is de enige ziekte die door een priester kan worden behandeld. Dat moet toch inhouden dat het om een ziekte van de ziel gaat, niet psychologisch, maar geestelijk. De rol van de priester is, materieel gezien, dat hij helpt om de ziekte te bestrijden. Geestelijk gezien is zijn rol om mensen het beeld van de Messias te tonen. En onze Messias is onze Bevrijder.

Tsara’at wordt wel gezien als een matheid en dorheid van de ziel, als een acuut gebrek aan interesse. Het wordt wel gezien als een op afstand komen van de Eeuwige. Iemand met tsara’at is niet meer zo gunstig gezind jegens G’d en jegens een medegelovige zoals het een gelovige betaamt. Mede om die laatste reden moet een melaatse zich afzonderen, om aan den lijve te ervaren wat het inhoudt om anderen te verwerpen.

Vandaar dat Jesaja zegt dat de Eeuwige aandacht heeft voor mensen die hun ellende erkennen, voor hen die inzien dat ze verslagen van geest zijn en voor wie het Woord van de Eeuwige zóveel betekent dat ze ervoor beven. De Eeuwige kan niets met mensen die Zijn stem niet horen wanneer Hij spreekt (vers 4). Jesaja spreekt over een geestelijke geboorte (vers 8). En het is de Eeuwige die deze geboorte leidt, de geboorte die moet volgen op wat de Tora beschrijft in Leviticus 12. De Eeuwige heeft alles heel mooi georganiseerd. Nu mogen wij dat allemaal benutten.

Sjabbat sjalom,
Lion S. Erwteman, Rosj Kehilla van Beth Yeshua
Amsterdam