Tazria

Is het een misdaad dat een moeder een kindje ter wereld brengt? Wordt daarom de kraamvrouw over wie we in Leviticus 12 gelezen hebben, bij de geboorte van een jongetje gestraft met 7 dagen strenge afzondering + 33 dagen minder strenge = 40 dagen? En dubbel (2 x 7 dagen + 2 x 33 dagen = 80 dagen) bij de geboorte van een meisje? Een misdaad die zo groot is dat daarvoor een zondeoffer gebracht moet worden? Nee, zo moeten we dit hoofdstuk niet verstaan. Nergens in G’ds Woord wordt de geslachtelijke omgang van een man en een vrouw in het huwelijk als zondig gezien. En het verwekken van een kindje ook niet. Hoe moeten we dit hoofdstuk dan wel verstaan?

Wanneer een vrouw een jongetje baart, is zij gedurende een week onrein, net als bij de menstruatie (Leviticus 12:1,2, 15:19-24). Ook hier zal de reden wel deze zijn dat bij een geboorte bloedverlies optreedt. Op de week van onreinheid volgt een periode van 33 dagen die leidt tot de reiniging. Gedurende deze dagen kan er immers nog bloed komen. Zo lang mag de vrouw niet in het heiligdom komen en deelnemen aan een offermaaltijd. Dat bij de geboorte van een meisje een dubbele tijdsduur geldt, is wellicht omdat een meisje in de toekomst door menstruatie onrein zal zijn. Ook kunnen we denken aan wat in 1 Petrus 3:7 staat: het vrouwelijke geslacht is zwakker. En dat is in Leviticus, waar we herhaaldelijk geplaatst worden voor de tegenstelling tussen dood en leven, van groot belang. Wat zwakker is, kan makkelijker aangetast worden door de dood.

Na die 40 of 80 dagen moet een priester voor de kraamvrouw in het heiligdom twee dieren offeren, het ene dier als brandoffer, het andere als zondeoffer (Leviticus 12:6-8). Het brandoffer betekent de volkomen overgave van de mens aan de Eeuwige, om zo tot Hem te naderen en bij Hem te schuilen – het hele offer gaat in rook op; alles, het hele leven, wordt in G’ds hand gelegd, en zo is het voor Hem aangenaam, welgevallig. Alles is aan Hem te danken (Leviticus 1). Het zondeoffer is verplicht bij en geldt alleen voor onopzettelijke overtredingen (Leviticus 4:1-5:13). Het neemt alles wat met onreinheid te maken heeft weg. De bloedvloeiing van de kraamvrouw, die verband houdt met de voortplanting, is de zonde die verzoend moet worden (Leviticus 12:7). De voortplanting is bij uitstek een zaak waarbij ons mensenleven betrokken is, een zaak van dood of leven. De Eeuwige verafschuwt zonde en dood bij ons. Hij is de G’d van het leven.