Tetsawee

In de parsje van vorige week lag de nadruk op de bouw van de Mikdasj, deze week ligt die op de Kohaniem, de priesters, die namens het volk de offers brengen. Met name de Bigdee Kodesj, de gewijde kleding voor de Hogepriester, wordt hier in een ongekend hoog aantal van meer dan 40 regels in de kolommen van de Torarol beschreven. De Eeuwige zegt tegen Mosje: Maak Bigdee-Kodesj, gewijde kleding voor je broer Aharon tot glorie en pracht. Wat is er nu zo belangrijk aan de kleding van de Hogepriester, het Jodendom richt zich toch niet op uiterlijkheden als die van kleding? Deze kleren moeten dan wel heel bijzonder zijn als de Eeuwige zoveel aandacht besteedt aan de mens die ze draagt, alsmede de mensen die deze zullen vervaardigen naar Zijn wil, persoonlijk inspireert. Ex.28:1-3 gaat over de kleding van de Kohen Gadol, de Hogepriester. Het is een koninklijk gewaad voor een Iesj kodesj, een gewijd man. En dit zijn de kleren die je moet maken (Ex.28:4).

De Hogepriester wordt vergeleken met een engel en moet dus speciale kleding hebben. Kleren maken de man, dit is duidelijk in de Tora. Zo moet dus de Kohen Gadol zuiver zijn om zijn taak te kunnen uitvoeren, hij moet als het ware Gds aanwezigheid uitstralen en zo het volk Israël door zijn kenmerkende kleding met Gd verbinden. En ook de priester zelf wordt door het dragen van zijn speciale kleding voortdurend herinnerd aan zijn heilige taak en roeping. In Ex.29:6,9 wordt ook over de hoofdbedekking van de priesters geschreven. Het hoofd van een dienaar in de Tempel moest bedekt zijn als eerbetoon aan de Eeuwige. De kleding die voorgeschreven was om te dragen wanneer de priester in de Tempel was, was dus veel verfijnder dan de gewone dagelijkse kleding, als onderscheid tussen gewijd en ongewijd. De traditie van het dragen van bijvoorbeeld een talliet en een kipa door de mannen is terug te voeren tot de kleding van de priesters in de Tempel.

De Eeuwige wil gediend worden met schoonheid en pracht. Zo ook de hoofdbedekking voor de priesters, de Migbaot (hoofddoeken), in enkelvoud Migbaa, afgeleid van Giva, dat heuvel betekent. Het zou dus kunnen zijn dat het dragen van een kipa (een petje dat op een heuveltje lijkt) ons herinnert aan de berg Sinai. In Ex.19:6 staat: Maar jullie zullen Mijn koninkrijk van priesters zijn en een gewijd volk. In 1 Kefa (Petrus) 2:9 vind je hetzelfde terug. Ook in Openb.5:10 lees je over dit priesterschap voor Gd. Zo is je verschijning, ook qua kleding op Sjabbat voor de Eeuwige in de synagoge heel belangrijk. Verschijn je als man in nette kleding als een priester waardig, met het prachtige kleed dat talliet heet en als hoofdbedekking de kipa, om voor de Hogepriester, Koning Yeshua te verschijnen, of kom je in overall? Dit principe geldt zowel voor de heren als voor de dames. Hoe zou je naar je bruiloft gekleed gaan?