Tisja B'Aw, de rampendag van Israël

Er is één dag in het Joodse jaar die overschaduwd wordt door de ellende die zich heel vaak en in allerlei vormen heeft herhaald. Die dag is Tisja B’Aw. Soms deden we het onszelf aan, dan weer waren het onze vijanden die, waarschijnlijk niet toevallig, deze dag hadden uitgekozen om ons kwaad te doen. Vandaar dat we vasten op Tisja B’Aw; om onderzoek te doen naar of te rouwen over wat ons is overkomen. En vandaar dat we Eicha, Klaagliederen lezen.
 

De eerste keer dat deze dag ellende bracht was toen Israël te horen kreeg dat velen het Beloofde Land niet in mochten gaan. De spionnen die K’na’an hadden verkend, verspreidden misleidend nieuws dat het volk in paniek bracht. Het goede nieuws dat Jozua en Kaleb brachten werd overschreeuwd door de tien kwaadsprekende spionnen en het luid wenende volk. Het oordeel van de Eeuwige dat velen het land niet in mochten gaan was op 9 Aw. De Misjna, in tractaat Ta’aniet 4:6, laat ons weten welke andere vier redenen er zijn, waarom er gevast wordt op deze dag: de eerste Tempel werd op deze dag verwoest; ook de tweede Tempel werd op deze dag verwoest; de stad Beitar, het laatste bolwerk in de strijd tegen de vijand, werd veroverd; de stad Jeruzalem werd verwoest en ondergeploegd.

 
Onze profeet Zacharia noemt deze vastendag in zijn werk. In hoofdstuk 8 vers 19 schrijft Zacharia over vasten in verschillende maanden, onder meer de vijfde. Hij zegt erbij dat dit vasten ooit zal veranderen in “vrolijkheid en vreugde” voor het huis van Juda, “ja, tot blijde feesten; hebt dan de waarheid en de vrede lief.” Wanneer we tellen vanaf de maand Niesan, die de eerste maand van het jaar is geworden volgens Sjemot (Exodus) 12:2, is de maand Aw de vijfde maand en spreekt Zacharia over het vasten op 9 Aw.

 
Ook dit jaar is er een ramp op 9 Aw: de raketten die elke dag op Sderot vallen. En het nieuws zwijgt erover in alle talen. Kinderen zitten gevangen in de kleine bedompte ruimten van schuilkelders, in plaats van dat ze naar school kunnen, of buiten kunnen spelen. De humanitaire ramp is niet te overzien. Gezinnen worden ontwricht. Het sociale leven is ontwricht. Pas als Israël terugslaat ontwaakt de wereld in verontwaardiging over het agressieve gedrag van Israël tegen wanhopige Palestijnen.

In Bagdad, Irak komen op dit moment elke dag tientallen mensen om het leven. Er is veel aandacht voor gelukkig. Het eerste wat mensen doen wanneer ze ’s morgens op hun werk aankomen is kijken op lijsten om te zien of hun collega’s en hun familieleden nog leven. Duizenden mensen verlaten de stad, te voet of per auto. Ze proberen de grenzen over te steken om opgevangen te worden in de buurlanden. Deze buurlanden weigeren hen op te vangen. Heel erg voor deze mensen. Omstandigheden waardoor het eenvoudiger wordt om te kunnen begrijpen waar het Palestijnse vluchtelingenprobleem vandaan komt: je bent in het Midden-Oosten op jezelf aangewezen, als je niet van Israël bent.
 

En zo is Tisja B’Aw opnieuw een rampendag, en niet alleen voor Israël. Maar Israël zal, volgens de profeet Zacharia, ooit op deze dag vrolijkheid en vreugde beleven. En dat is omdat de G’d van Israël Zijn beloften tegenover Zijn volk houdt. Reden voor mensen die deze G’d van Israël nog niet kennen, om Hem te leren kennen. Want Hij is ruimhartig, wanneer u zich bij de G’d van Israël en bij Zijn volk aansluit.