Wajera

De Akedat Jitschak, de binding van Isaak, kennen we als het verhaal over Awrahams geloofsbeproeving. Toch gaat het ook over de offerbereidheid van Jitschak. Hij heeft al de priesterleeftijd: hij was ongeveer 37. In Gen.22:1-19 lezen we hoe Gd tot Awraham gesproken heeft en hoe hij samen met zijn zoon ging naar de plaats die Gd heeft verkozen, Moria later ook bekend als de berg Tsion, de Tempelberg.

Vers 7 geeft een gesprekje weer tussen Jitschak en zijn vader: Vader! Ja, wat is er, mijn zoon? We hebben nu wel vuur en hout, maar waar is het lam voor het offer? Awraham antwoordt: G’d Zelf zal zorgen voor een lam, mijn zoon (vs.8a). In vers 5 noemde Awraham Jitschak tegenover zijn knechten jongen. Het lijkt alsof hij een afstand wil schep-pen tussen hem en zijn zoon. Toch staat er in vers 8b: En samen liepen ze verder. Na de onvoorstelbaar aangrijpende gebeurtenis gaan ze samen terug, vers 19. In deze hele ge-schiedenis merken we dat Awraham Gd vertrouwde en Hem gehoorzaamde. (Lees in dit ver-band ook Jak.2:17-24.) Awraham is godvrezend (Gen.22:12), terwijl de Eeuwige hem in Jes.41:8 Mijn geliefde, ohavi) noemt. De Talmoed (Sota 31a) zegt: Vrezende G’d betekent bij Awraham: uit liefde. Jitschak ging samen met zijn vader. Hierin zien we zijn bereidheid.

Het antwoord van zijn vader moet bepalend zijn geweest voor Jitschak: Gd Zelf zal zorgen voor een lam, mijn zoon (Elohiem jire lo hasé. In de beginletters van de woorden Elohiem Jire Lo vind je het woord ajil, het offerdier verborgen. De zoon ging in vertrouwen, want zijn vader heeft gezegd dat G-d Zelf zal zorgen voor een lam.

Tussen deze Akeda en Pesach bestaat een samenhang, nl. de vereenzelviging van Jitschak met het Pesachlam. De basis hiervoor is Ex.12:13: Dan zal het bloed voor jullie als teken dienen aan jullie huizen, waarin jullie je bevinden en als Ik het bloed zie, zal Ik jullie voorbijgaan (oe-pasach-ti); jullie zal geen dodelijke plaag treffen, als Ik dodelijke slagen toebreng aan het land Egypte. Hier zien we het bloed van het mannelijke lam, dat gevloeid heeft voor het behoud van Jitschak en Israël.

Jitschak is een voorbeeld van iemand die met hart en ziel uit is op de heiliging van G’ds naam (kedoesjat haSjem). Dat deed Yeshua ook. Hij heeft Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood aan het vloekhout. Hij zei in Lukas 22:42: Ik smeek U, Vader, neem deze beker van Mij weg! Maar niet wat Ik wil, maar wat U wilt, moet gebeuren.