Zal het hele huis van Israël verlost worden? Is dat wat Ezechiël zegt, wanneer G’d zijn Geest uitstort over Zijn volk: Dit is het hele huis van Israël. En ook Paulus in het Nieuwe Testament, Romeinen 11, spreekt over de verlossing van heel Israël. Maar hoe leg je dan Romeinen 9 vers 27 uit? En Jesaja roept over Israël uit: “Al zou het getal van de Israëlieten zijn als het zand van de zee, slechts het overblijfsel zal behouden worden.”
Het redden waarover Paulus spreekt in Romeinen 9 en 11 is in beide verzen hetzelfde werkwoord. Wie dat vervolgens uitlegt als eeuwig behoud, laat Paulus zich binnen twee hoofdstukken tegenspreken. Want in hoofdstuk 9 is het volgens die visie slechts een overblijfsel dat behouden wordt. En vervolgens in hoofdstuk 11 vers 26 is het heel Israël dat behouden wordt; zegt Paulus. Een kerkelijke uitleg van deze woorden van Paulus is, dat met heel Israël de kerk wordt bedoeld. Het lijkt er dan op, dat als er iets kritisch gezegd wordt in de Bijbel, waar dan ook, het altijd tegen Israël is bedoeld. Wordt er daarentegen iets moois gezegd, ook tegen Israël, dan zou dat mooie tegen de kerk zijn gezegd, volgens deze kerktheologie.
Dezelfde soort fout wordt gemaakt door mensen die in Matteüs 5 menen te lezen, dat Yeshua de wet en de profeten als voorbij verklaart, wanneer Hij zegt in vers 17: “Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen.” Binnen twee verzen zou Yeshua zich dan met zo’n uitleg tegenspreken, wanneer Hij zegt in vers 19: “Wie een van … geringste geboden afschaft en de mensen dat onderwijst, die zal de geringste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen. Maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen.”
Klein zijn in het Koninkrijk der hemelen, dat zijn bijvoorbeeld de dwaze jonge vrouwen in de gelijkenis van Yeshua in Matteüs 25. Ze zijn wel in het Koninkrijk, maar ze nemen niet deel aan de bruiloft met de Bruidegom. Dezelfde religieuze gedrevenheid om Paulus zichzelf te laten zeggen, dat alleen een klein deel van Israël behouden zal zijn vind je in de uitleg, waarin mensen onder de heerschappij van Koning Yeshua zich niet “meer” aan de geboden hoeven te houden; en dus genieten van “de genade”. In die visie vissen de Joden dus naast of achter het net. Vervangingstheologie heet dat.
Terug naar de vraag wat er dan wordt bedoeld met overblijfsel. Laten we ook daarbij de Bijbel het antwoord laten geven. De profeet Ezechiël heeft, als ziener op hoog geestelijk niveau, mogen beleven en waarnemen, dat heel Israël met open armen zal worden ontvangen door de Eeuwige zelf. Hij schrijft, nadat Ezechiël een massagraf met beenderen heeft gezien, waarbij de beenderen weer tot Joodse lichamen werden van mensen die getroost moesten worden.
Met deze profetische belofte: “12 Profeteer daarom. Zeg tegen hen: Dit zegt de Eeuwige Adonai: Zie, Ik zal jullie graven openen en Ik zal jullie uit je graf laten opstaan, Mijn volk. Ik zal jullie binnen in het land van Israël brengen. 13 Dan zullen jullie beseffen, dat Ik de Eeuwige ben, wanneer Ik jullie graven open en Ik jullie uit je graf laat opstaan, Mijn volk. 14 Ik zal Mijn Geest in jullie geven. Jullie zullen tot leven komen en Ik zal jullie in uw land zetten. Dan zullen jullie beseffen dat Ík, de Eeuwige, dit heb gezegd en uitgevoerd, zegt de Eeuwige” (Ezechiël 37:12-14).
Geen sprake van een kleine uitverkoren groep, maar een totale, geslaagde reddingsactie. Let op: het is geen overwinningsverslag, eerder een verhaal met ellende en een goede afloop. Dit zijn de mensen die door aanslagen, oorlogen, hongerwinters, door fascistische legers en burgemeesters en terroristen zonder opleiding of studenten, worden gediscrimineerd, vervolgd en vermoord. Dus als er over een overblijfsel wordt gesproken dat verlost wordt, horen deze mensen daar niet bij, omdat zij voortijdig zijn overleden en, dit dan weer wel, postuum worden bevrijd en verlost.
In Romeinen 9:27, zoals eerder al genoemd, schrijft de bezorgde en bij zijn volk betrokken Paulus dit: “Jesaja roept over Israël uit: Al zou het aantal van de Israëlieten zijn als het zand van de zee, het overblijfsel zal behouden worden.” Als je niet dwangmatig gericht bent op het niet behouden zijn van Israël, maar openheid hebt om alleen feiten te erkennen, dan ga je op zoek naar de betekenis van de woorden: overblijfsel en: behouden. Eerst over overblijfsel: je vergelijkt appels met peren, wanneer je denkt, dat het aantal Israëlieten ertoe doet om behouden te worden.
Met andere woorden, als het totale aantal Israëlieten minder was, dan zou het er anders uitzien? En hoe rijm je dat met wat Paulus zegt in Romeinen 11:26, “Heel Israël zal behouden worden”? Nogmaals, het spreekt elkaar tegen als je beide passages vertaalt met: behouden zijn! Waar Paulus het over heeft, in de tijd waarin hij leeft, namelijk wrede Romeinse soldaten, die willekeurig mensen oppakken om hen te vermoorden. Reden daarvan: geen enkele overtreding, maar een groot feest van een Romeinse keizer of procurator in het buitenland, bijvoorbeeld Israël, waarbij de Romeinse regeerder zijn gasten na zonsondergang wil verblijden met fel licht, door middel van brandende gekruisigde lichamen van nog levende mensen, waaronder Joden.
En dit is maar een voorbeeld van alle wreedheden in het Tweede Rijk, die erg inspirerend hebben gewerkt voor de aanhangers van het Derde Rijk. Een ander voorbeeld is het voerden van roofdieren in de vele arena’s, waar enthousiast schreeuwende en scanderende bezoekers genoten van de gruweldaden van de Romeinse leiders, of leiders van andere nationaliteiten. Total weerloze gezinnen van Joden, later van Messiasbelijdende Joden, stonden dicht tegen elkaar, biddend, zingend, proclamerend, totdat de dieren hen aanvielen. Van dat soort massale slachtpartijen verminderde het totale aantal Joden natuurlijk.
Wie de pogroms, soms van hele ghetto’s overleefden, behoorden tot het overblijfsel; in elke generatie. Als deze steeds weer optredende moordacties nooit hadden plaatsgevonden, dan was het totale aantal Joden nog steeds als het zand van de zee. Een duidelijker vertaling van Romeinen 9:27 is dan ook deze: “Jesaja roept over Israël uit: Al zou het aantal van de Israëlieten zijn als het zand van de zee, steeds zal een overblijfsel in leven blijven.” Daarmee is het eerste deel van dat vers in evenwicht met het tweede wat betreft de betekenis van: het aantal levende mensen, dat door omstandigheden in aantal is afgenomen.
Met deze uitleg spreekt Paulus zich niet tegen in Romeinen hoofdstuk 9 en 11. En dat komt ook overeen met de brontekst van Paulus, namelijk Jesaja 10. Nadat Jesaja spreekt over bossen die door vuur zullen worden verteerd en waarvan slechts een overblijfsel van die bossen blijft leven, stapt hij over op het onderwerp: de oorlog tussen Israël en de Assyriërs.
Lees Jesaja 10:20-25, “20 Op die dag zal het overblijfsel van Israël en wie van het huis van Jakob ontkomen zijn, niet langer steunen op hem die hen geslagen heeft, maar zij zullen trouw gaan steunen op de Eeuwige, de Heilige van Israël. 21 Dat overblijfsel zal terugkeren, het overblijfsel van Jakob, naar de sterke G’d. 22 Want, Israël, al is jouw volk als het zand van de zee, een overblijfsel daarvan zal terugkeren. Verdelging is een vast besluit. En dat terwijl gerechtigheid daarbij volop aanwezig is. 23 Een afbraak- waartoe besloten is – gaat de Eeuwige Adonai van de legermachten, in het midden van de hele aarde ten uitvoer brengen. 24 Daarom, zo zegt de Eeuwige Adonai van de legermachten: Wees niet bevreesd, Mijn volk dat in Sion woont, voor Assyrië wanneer dat jullie met hun staf zal slaan of hun stok tegen jullie zal opheffen, zoals Hij eens bij Egypte deed. 25 Want nog een klein moment, dan is de toorn voorbij en zal Mijn toorn zich richten op hun vernietiging.”
Een afbraak in het hele Midden-Oosten zou gaan plaatsvinden, listig vertaald met: “in het midden van het land”. Waar de vertalers van de HSV het Hebreeuwse woord arets vaak vertalen met: wereld, kiezen zij op deze plek voor “het land”. Waarmee zij suggereren dat het om Israël zou gaan. Want dat past in hun visie van: Alleen een klein overblijfsel zal behouden zijn.
Na de afbraak, met verlies van zoveel mensenlevens, aan zowel Israëlische als Assyrische zijde, belooft de Eeuwige dat wie het overleven, zullen terugkeren vanuit de Assyrische ballingschap. Ezechiël is zeer begaan met zijn volk, wanneer hij deze woorden uitspreekt. Hij voorziet een grote oorlog. Hij gaat geen theologische verhandeling houden over wie er naar de hemel gaat. Hij laat weten, dat wie het overleven, alsnog rondlopen met het verlies van familieleden, van hun man en vader die in de strijd om het leven is gekomen. Van mensen die geen medische hulp kregen in al die onrust. Alleen een overblijfsel overleeft het. Maar vraag niet hoe!
Lion Erwteman







